Wanneer ben ik bij het verbreken van een relatie toch een doorstromer?
Als u de huidige woning wilt verlaten terwijl er iemand blijft wonen op dit adres behoort u normaal gesproken tot de categorie starters. Maar wilt u de woning verlaten, omdat u gaat scheiden of er een einde komt aan de samenwoning dan kunt u aanspraak blijven maken op de door u op het gezamenlijke adres opgebouwde woonduur.
Er zijn hier wel enkele voorwaarden aan verbonden. Er moet sprake zijn (geweest) van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding met toekomstperspectief. Dit is zonder meer het geval indien u getrouwd bent geweest of als er sprake is van een geregistreerd partnerschap of een samenlevingscontract. Het bestaan van deze relatie kunt u aantonen door het overleggen van een trouwboekje, bewijs van geregistreerd partnerschap of een samenlevingscontract afgesloten bij een notaris.
Maar ook indien u niets heeft vastgelegd kan er toch sprake zijn geweest van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding met toekomstperspectief. Deze moet u aantonen door middel van een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit blijkt dat u minimaal twee jaar hebt samen gewoond.
Inwonende kinderen die jonger zijn dan 35 jaar en die een huishouding delen met hun ouder/verzorger vallen niet onder de definitie, omdat deze relatie geen toekomstperspectief biedt. Deze relatie heet eindig te zijn, omdat (bijna) alle kinderen in principe op enig moment het ouderlijk gezin verlaten.
Anders is het bij inwonende kinderen van 35 jaar en ouder. Indien men op deze leeftijd nog samen met de ouder/verzorger woont en dit onafgebroken heeft gedaan, is de wetgever van mening dat er wel sprake is van een relatie met toekomstperspectief.
Wat moet u nu overleggen of aantonen om bij het verbreken van een relatie gebruik te kunnen maken van uw woonduur?
Er moet een beëindigingovereenkomst van de relatie overlegd worden die door beide partijen getekend is.
Daarnaast moet u aantonen dat er inderdaad sprake is geweest van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Dit doet u door middel van een officieel document als een trouwboekje of door een uittreksel waaruit blijkt dat u minimaal twee jaar heeft samen gewoond.
De woonduur moet aangetoond worden door middel van een uittreksel van het bevolkingsregister. Deze is maximaal een half jaar geldig.
U mag uw woonduur gebruiken tot het moment waarop u weer zelfstandige woonruimte betrekt. De woonduur uit de oude woning vervalt dus ook als u tijdelijk zelfstandige woonruimte betrekt. Let wel op, bent u de laatste persoon van het huishouden die de woning verlaat, dan bent u gewoon doorstromer. Verkoopt u uw huis, let dan op dat u woonruimte heeft gevonden voordat de datum van overdracht is geweest. Want op die datum bent u namelijk niet meer woonachtig in de woning en vervalt dus uw woonduur.
Dit geldt dus alleen voor woningzoekenden die vanwege het verbreken van hun relatie op zoek zijn naar andere woonruimte. Alle andere woningzoekenden moeten bij aanbieding van de woning nog ingeschreven staan op het oude adres om gebruik te mogen maken van hun woonduur.
Een en ander hoeft u pas aan te tonen op het moment dat u een woning krijgt aangeboden. Dan wordt namelijk gecontroleerd of de gegevens die u hebt opgegeven kloppen.
Er is echter één uitzondering. Indien u een bestaande inschrijving wilt splitsen, omdat u vanwege het verbreken van de relatie niet meer samen op zoek bent naar een woning worden deze gegevens bij de aanvraag van de splitsing gecontroleerd. U moet dan ook op dat moment een getekende beëindigingovereenkomst overleggen en een uittreksel uit het bevolkingsregister of ander officieel document waaruit blijkt dat er sprake is (geweest) van duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Bij de toewijzing van een woning wordt dan nog de woonduur gecontroleerd.










